Informatie voor leerlingen

Inleiding
Een taal leren is leuk als je die taal kunt gebruiken. Met school ga je een reis naar ’Taalstad’ maken. Tijdens die reis leer je op school alles wat jij nodig hebt als je in het buitenland bent: met vrienden praten over jouw leven, je hobby’s, je vrienden en je school. Je leert dan ook de weg vragen en boodschappen doen. Als je ouder bent, kun je het nieuws en de onderwerpen die je leuk vindt begrijpen en bespreken.
 
Als de grote dag komt, ga je naar Namur, Louvain-la-Neuve, Liège, Tournai of Paris. Daar wachten echte Franssprekers op jou. Alles wat je op school hebt geleerd, ga je dan gebruiken. Zo weet je waar je al dat leren voor doet.
 
Situaties
’s Morgens vroeg vertrek je met de bus van school. Je wordt welkom geheten door iemand van Villangues, in het Frans. Ben je verbaasd dat je het verstaat? Nee toch, je hebt ervoor geleerd!
 
In groepjes van drie ga je op stap. Je loopt door de stad en steeds kom je in andere situaties. We noemen dat de carrousel. In die situaties spreek je Frans. Je krijgt er ook een stempel in je ’passeport’. Weet je wat zo leuk hieraan is? Je kunt je redden! De carrousel duurt iets langer dan drie uur.
Voorbereiding
Je bereidt je voor op situaties met je reisgids die je heeft ontvangen. Alle woorden uit dat boekje staan ook op deze site, en nog veel meer. Van elk woord en elke zin kun je de uitspraak horen.
 
Als je in Taalstad bent, gaan de Franstalige ’animateurs’ jou dat niet overhoren, maar in je gesprekken kun je die woorden en zinnen wel goed gebruiken.
Eingelijk is er maar één manier om je goed voor te bereiden: heel veel gesprekjes voeren met heel veel verschillende klasgenoten en tussendoor thuis leren wat nog niet zo goed lukte.

Je kunt ook voorbeeldfilmpjes bekijken van gesprekken die jij ook gaat voeren.
Zo kom je goed voorbereid in Taalstad aan. Frans leren is dan leuk. Bij de beschrijving van sommige onderdelen staan nog wat extra tips voor de voorbereiding.

Duizenden leerlingen hebben dat al vóór jou gedaan en hun is het ook gelukt, sterker nog: de meesten waren erg verbaasd hoe goed en makkelijk het ging als ze vooraf goed geoefend hadden.

Het programma
In Taalstad moet je je in vijf of zes situaties in het Frans redden. Je doet dat meestal in een groepje van drie leerlingen. Voor elke situatie heb je een kwartier de tijd. Daartussen heb je een kwartier om naar de volgende situatie te lopen. Sommige situaties zijn anders als je in onderbouw of in bovenbouw bent. En de animators passen zich aan het niveau van de leerlingen aan.

Elk groepje krijgt zijn eigen route. We noemen dat in het Frans een ’itinéraire’. Daarin staat precies hoe laat je waar moet zijn. Houd je goed aan die tijdstippen! Als je te laat komt, kun je niet goed beoordeeld worden. Je krijgt ook een plattegrond. Daarop staan de posten van alle situaties aangegeven.

Voorbeeldprogramma

  • 11.00-11.15 uur: gesprekje in het café
  • 11.30-11.45 uur: broodje of ansichtkaart en postzegel kopen
  • 12.00-12.15 uur: ontmoeting met een reiziger
  • 12.30-12.45 uur: interview met een inwoner
  • 13.00-13.15 uur: mission impossible
  • 13.30-13.45 uur: informatie inwinnen bij het toeristenbureau 


Voor ieder groepje zal het programma anders zijn.